Christoffelmedaille uit neergestorte Lancasterbommenwerper is weer terug op Den Hout .

De originele Christoffelmedialle voor en achterkant.
Jan Jolie en Cees Joosen overhandigen aan Anne Passchier van de werkgroep Heemkunde Den Hout de Cristoffelmedaille.

De Christoffelmedaille uit de neergestorte Lancasterbommenwerper op Steelhoven, d.d. 20/21 juli 1944.


Bij de 50-jarige herdenking van de bevrijding van Oosterhout op 30 oktober 1994 was Alan Hayden, de navigator die de crash van zijn Lancaster in de nacht van 20 op 21 juli 1944 in Den Hout op Steelhoven overleefde, aanwezig. Na afloop van de herdenking kreeg Alan Hayden twee kleine kompassen, een zogenoemde escape sjaal en een Christoffelmedaille overhandigd door een onbekende. De onbekende vertelde hem dat de medaille en de andere voorwerpen enkele dagen na de crash waren gevonden op de plaats waar het toestel op 21 juli 1944 was neergekomen. Hayden herkende de items, maar wist niet van welk bemanningslid de Christoffel was. Hij nam de spullen mee naar huis in Engeland en bewaarde ze zorgvuldig.


Na een kort ziekbed overleed Alan Hayden op 24 april 2014 in Leatherhead op 92-jarige leeftijd. Cees Joosen bezocht zijn crematie. Na de dienst ontving hij uit handen van Richard Hayden, de zoon van Alan Hayden, de envelop die zijn vader in 1994 in Oosterhout had ontvangen met daarin de kompasjes, de sjaal en de Christoffelmedaille.

Bezig met het onderzoek voor dit boek, kwamen we een brief tegen van de moeder van James Brennan, één van de zeven bemanningsleden (hij was boordschutter) van de onfortuinlijke Lancaster die de crash niet overleefde, waarin zij vroeg of de St. Christoffel-medaille van haar zoon was gevonden.
Het zou te toevallig zijn geweest, als dit niet Brennan’s medaille was! Daarop startten wij, Jan Jolie en Cees Joosen pogingen zijn familie te achterhalen.


Het grafregister van het oorlogskerkhof Jonkerbos in Nijmegen waar veel Engelse vliegers begraven liggen, vermeldt dat de ouders van James Brennan, Michael en Sarah Brennan, uit het Engelse Chester-Le-Street kwamen. Via mail zocht auteur Jan Jolie contact met het huis-aan-huis blad The Advertiser in Chester-Le-Street om hulp te vragen bij het zoeken naar familieleden van James Brennan. Nog dezelfde dag belde reporter Gavin Engelbrecht van de krant. Hij vroeg om aanvullende gegevens en foto’s van de crew en de Christoffelmedaille. Twee dagen later, op donderdag 19 juni 2014 prijkte op de voorpagina van The Advertiser: ‘Hunt for family in mystery of medal’. Hetzelfde artikel verscheen ook in The Northern Echo die verspreid wordt in het noordoosten van Engeland. Dit blad kopte: ‘Can you solve the mystery of the medal’.



Op 24 juni mailde journalist Gavin Engelbrecht het volgende:

Dear Sir. It has gone really well. I have got hold of a nephew who remembers him (he was 11 yrs old when James Brennan died). I will give you a call in a while. Best wishes, Gavin.

Beste Heer. Het is heel goed gegaan. Ik heb contact met een neef die zich hem herinnert (hij was 11 toen James Brennan stierf). Ik zal je binnenkort bellen. Het beste gewenst, Gavin’

Nog dezelfde avond nam de neef van Sergeant James Bernard Brennan, Bernard Henderson (de zoon van de oudste zus van James, Kathleen) telefonisch contact met ons op. Bernard Henderson vertelde dat hij zeer verast was om dezelfde crewfoto in de krant te zien, als die bij zijn grootmoeder in huis hing. Bij het zien van de foto herinnerde hij zich, dat hij op de dag van het trieste bericht over de dood van zijn oom bij zijn grootmoeder, de moeder van James, in huis was. Henderson vertelde:

“Mijn grootmoeder was ontroostbaar. Haar hart was gebroken. James was de jongste van de acht kinderen. Ik weet nog dat ze had geprobeerd om de rozenkrans en de Christoffelmedaille van haar zoon terug te krijgen. Je kunt er zeker van zijn dat mijn grootmoeder de gelukkigste vrouw zou zijn geweest te horen dat de Christoffel is gevonden.”



Bernard Henderson in de krant The Northern Echo, Regional News van donderdag 26 juni 2014. Foto: Gavin Engelbrecht.

Later schreef Bernard Henderson (1933) in een brief, dat hij zich James als een vriendelijk persoon herinnert die bij slager Swainston in de stad werkte. Hij bezorgde in een mand op zijn fiets vlees aan huis. Dat deed hij tot hij zich vrijwillig aanmeldde voor dienst.
Na zijn dood hingen er ‘poppies’ (Engels voor klaprozen) onder de crewfoto bij zijn grootmoeder thuis “Hij is nooit vergeten,” schrijft Henderson. Bernard Henderson besluit zijn brief met: “Op mijn grootmoeders graf staat, verwijzend naar James: ‘He died that we may live’. (‘Hij stierf opdat wij mogen leven’). Een tekst die namens alle zussen van James op het graf is aangebracht.

Hij betoonde respect voor het onderzoek naar zijn oom James.


Omdat wij, Jolie en Joosen, van oordeel waren dat de medaille aan Bernard Henderson behoorde, hadden wij deze aan hem opgestuurd. Henderson wist er echter niet goed raad mee. Ook zijn vergevorderde leeftijd (86 jaar) had daarmee te maken. Hij zocht contact met ons om een oplossing te bedenken. Erover sprekend ging hij graag in op ons voorstel om de medaille aan te bieden aan de Werkgroep Heemkunde Den Hout van de Erfgoedstichting Den Hout. En zo stak de medaille andermaal de Noordzee over, maar nu om definitief in Nederland te blijven.

In een druk bezocht dorpshuis De Brink overhandiging van de Cristoffelmedaille aan de werkgroep Heemkunde Den Hout.